ECLI:NL:HR:2004:AP5230
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ontbreken nieuw feit
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 februari 2003, waarin een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1993 aan X3 N.V. werd vernietigd. De navorderingsaanslag was opgelegd naar aanleiding van een belastbaar bedrag van ƒ 1.649.422 met een verhoging van 50 procent.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet beschikte over het vereiste "nieuwe" feit als bedoeld in artikel 16, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en dat belanghebbende niet te kwader trouw was met betrekking tot het niet doen van aangifte of het niet adequaat verstrekken van informatie. De Hoge Raad heeft deze oordelen bevestigd en geoordeeld dat de beoordeling van het Hof, die is gebaseerd op feiten en waarderingen van feitelijke aard, niet in cassatie kan worden getoetst.
Daarnaast heeft de Hoge Raad de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht geheven. Hiermee is het beroep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard en blijft de vernietiging van de navorderingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wordt vernietigd.