ECLI:NL:HR:2004:AP4226
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tenlastelegging en eendaadse samenloop bij belaging en wederrechtelijk binnendringen
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor belaging en wederrechtelijk binnendringen in de woning van het slachtoffer, met het oogmerk om de ander te dwingen of vrees aan te jagen. De tenlastelegging omvatte diverse gedragingen zoals het betreden van de woning met een valse sleutel, het meenemen van post en het sturen van dreigende brieven.
De verdachte stelde in hoger beroep dat de dagvaarding nietig was omdat niet gespecificeerd was op welk doen, nalaten of dulden het oogmerk was gericht. De Hoge Raad oordeelde dat de wetsterm 'met het oogmerk de ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen' een feitelijke betekenis heeft en geen verdere specificatie vereist is. Het hof had het verweer dan ook terecht verworpen.
Daarnaast klaagde de verdachte dat het hof ten onrechte het beroep op eendaadse samenloop verwierp. De Hoge Raad stelde dat dit gebrek aan belang had omdat de verdachte ook voor andere feiten was veroordeeld waarvoor een hogere straf kan worden opgelegd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 14 september 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.