ECLI:NL:HR:2004:AP4134
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op laatste woord in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat aan de verdachte het recht is gelaten om het laatste woord te voeren, zoals vereist op grond van artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit is een fundamenteel procesrechtelijk voorschrift waarvan niet-naleving leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting.
Gezien deze schending van het recht op hoor en wederhoor vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een volledige herberechting en afdoening van het hoger beroep. Hiermee wordt het belang van het recht op het laatste woord in het strafproces benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens schending van het recht op het laatste woord en de zaak is verwezen naar een ander hof voor hernieuwde berechting.