ECLI:NL:HR:2004:AP2834

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C03/084HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering verontreiniging en herstel weiland toegewezen in civiele procedure

In deze civiele zaak vorderden verweerders dat eiser werd veroordeeld tot het verwijderen van verontreiniging die hij in hun weiland had gestort, alsmede tot herstel van het weiland en het erf in goede staat. De rechtbank wees de vordering niet toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en stelde de vordering alsnog toe. Eiser stelde hiertegen beroep in cassatie in.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Daarmee bleef het arrest van het hof in stand, waarin eiser werd veroordeeld tot betaling van de kosten voor het verwijderen van de verontreiniging en het herstel van het terrein.

De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft een geschil over onrechtmatige daad en nakoming van verplichtingen met betrekking tot milieuschade en herstel, waarbij het hof het standpunt van verweerders volgde en eiser aansprakelijk stelde.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

9 juli 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/084HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploot van 19 juni 1998 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair: [verweerder] c.s. te machtigen op kosten van [eiser] de door hem in hun weiland gestorte verontreiniging ter plaatse van twee voormalige greppels te (doen) verwijderen en het weiland en het bij de woning behorend erf vervolgens weer in goede staat te brengen, met veroordeling van [eiser] om op vertoon van de desbetreffende factuur, het factuurbedrag aan [verweerder] c.s. te voldoen;
subsidiair: [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te vergoeden de kosten, gemoeid met het (doen) verwijderen van de verontreiniging en het weer in goede staat brengen van weiland en erf, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en [eiser] te veroordelen aan [verweerder] c.s. te vergoeden de kosten van het deskundigenonderzoek ten bedrage van ƒ 3.583,75 en die van graafwerkzaamheden ten bedrage van ƒ 572,40.
[Eiser] heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 augustus 2000 de zaak naar de rol verwezen opdat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de persoon en het aantal te benoemen deskundigen en de voor te leggen vragen en voor het overige iedere beslissing aangehouden.
Tegen dit tussenvonnis hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 2 oktober 2002 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de primaire vordering van [verweerder] c.s. toegewezen, [eiser] veroordeeld tot betaling aan [verweerder] c.s. van een bedrag van € 1.885,98 (ƒ 4.156,15), en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.