ECLI:NL:HR:2004:AP2669
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over deling vermogensvermeerdering bij wettelijk deelgenootschap en stamvermogen woning
De zaak betreft een geschil over de deling van de vermogensvermeerdering tussen ex-echtgenoten na echtscheiding, waarbij de vrouw vordert dat de woning te [plaats A] buiten haar eindvermogen wordt gehouden omdat deze tot haar stamvermogen behoort. De huwelijkse voorwaarden bevatten een wettelijk deelgenootschap met bepalingen over stamvermogen en vermogensvermeerdering.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke regeling van het deelgenootschap van toepassing is en oordeelde dat de vrouw voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij over een substantieel stamvermogen beschikte, waaronder investeringen uit erfenissen en schenkingen. Het hof oordeelde echter dat de woning te [plaats A] tot het stamvermogen van de vrouw behoorde, wat de man aanvocht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de woning tot het stamvermogen van de vrouw behoort, omdat deze niet bij aanvang van het deelgenootschap tot haar vermogen behoorde en ook niet door erfopvolging of gift is verkregen. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het incidentele cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis dat de woning tot het stamvermogen rekent en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.