ECLI:NL:HR:2004:AP2649
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering woningcorporatie tegen eiser
In deze zaak vorderde woningcorporatie DWV van eiser een bedrag van €1.379,28, vermeerderd met wettelijke rente, wegens een openstaande schuld. Eiser betwistte de vordering, waarna de kantonrechter bij tussenvonnis een comparitie van partijen gelastte. Tijdens de comparitie verscheen alleen DWV. De kantonrechter wees bij eindvonnis de vordering toe.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit eindvonnis. Tijdens de cassatieprocedure verscheen DWV niet, en werd verstek verleend tegen haar. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Fleers, Kop en Van Oven en in het openbaar uitgesproken door vice-president Neleman op 29 oktober 2004. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van DWV nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter bevestigd.