ECLI:NL:HR:2004:AP1482
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klaagschrift ex art. 552a Sv bij overschrijding termijn
De zaak betreft een klaagschrift ingediend door de klager tegen de beslissing van de Rechtbank Zwolle die zijn beklag ongegrond verklaarde. Het klaagschrift strekte tot teruggave van een geldbedrag dat op 7 maart 2002 in beslag was genomen bij de broer van de klager, die op 2 juli 2002 door de rechtbank was veroordeeld en waarbij de bewaring van het geldbedrag was gelast.
De klager diende het klaagschrift in op 26 mei 2003, terwijl de vervolging tegen zijn broer op 16 juli 2002 was geëindigd. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard, maar de Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank had miskend dat een klaagschrift ex art. 552a Sv niet-ontvankelijk is indien het meer dan drie maanden na het einde van de vervolging wordt ingediend.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde de klager niet-ontvankelijk in zijn beklag. De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad volgde dit advies en deed wat de rechtbank had behoren te doen.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de drie maanden termijn voor het indienen van het klaagschrift.