ECLI:NL:HR:2004:AP1383
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering langlopende kapitaalverzekeringsverplichtingen tegen marktrente
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar ongewijzigd bleef. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag, waarbij het de marktrente van vijf procent voor langlopende leningen hanteerde bij de waardering van kapitaalverzekeringsverplichtingen.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in met het argument dat de marktrente voor kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule anders is dan de gehanteerde marktrente voor langlopende leningen, en dat verzekeraars een hogere rente toepasten. Het Hof oordeelde echter dat goed koopmansgebruik toestaat de verplichtingen te waarderen tegen de geldende marktrente voor langlopende verplichtingen, ook als het zogenoemde T-rendement daarvan afwijkt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het cassatiemiddel faalt en dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.