ECLI:NL:HR:2004:AP0114
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie tegen toewijzing vordering Rabo Financieringsmaatschappij
In deze zaak vorderde Rabo Financieringsmaatschappij B.V. betaling van een bedrag van ƒ 9.725,70 van eiser. De kantonrechter wees de vordering toe in een eindvonnis na een comparitie van partijen. Eiser stelde hiertegen hoger beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die het vonnis van de kantonrechter bekrachtigde.
Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank. Rabo verscheen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van Rabo nihil zijn begroot. Daarmee blijft de toewijzing van de vordering door de lagere instanties in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere vonnissen worden bevestigd.