ECLI:NL:HR:2004:AP0033
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlies Nederlandse nationaliteit door vrijwillige verkrijging Israëlische nationaliteit
Verzoeker, geboren uit Nederlandse ouders, verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. Na emigratie naar Israël en het verkrijgen van de Israëlische nationaliteit in 1965, stelde hij dat hij zijn Nederlandse nationaliteit niet had verloren. De rechtbank wees zijn verzoek af, stellende dat de verkrijging van de Israëlische nationaliteit vrijwillig was en verzoeker geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om afstand te doen van die nationaliteit.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van het verlies van de Nederlandse nationaliteit moet worden gedaan aan de hand van de Wet op het Nederlanderschap (WNI) die gold ten tijde van de verkrijging, en niet aan de hand van latere wetgeving. De Hoge Raad stelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat verzoeker bewust had gekozen voor de Israëlische nationaliteit en dat dit leidde tot het verlies van de Nederlandse nationaliteit.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van verzoeker, waaronder dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over zijn kennis van de Israëlische wetgeving en dat een andere uitleg van de wetgeving gevolgd moest worden. De uitspraak bevestigt het beleid dat Nederlanders die vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgen, hun Nederlandse nationaliteit verliezen, tenzij zij tijdig afstand doen van de nieuwe nationaliteit.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat verzoeker zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren door vrijwillige verkrijging van de Israëlische nationaliteit.