ECLI:NL:HR:2004:AO9918
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Uitleveringsverzoek aan België: toetsing verzetmogelijkheid en vertrouwensbeginsel
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor een persoon die veroordeeld is bij verstekvonnis door de correctionele rechtbank te Brussel. De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering ontoelaatbaar omdat zij oordeelde dat het vonnis onherroepelijk was en het verzoek derhalve een executieuitlevering betrof, die niet is toegestaan voor Nederlanders.
De Officier van Justitie stelde dat verzet tegen het vonnis nog mogelijk was omdat het vonnis nog niet aan de opgeëiste persoon was betekend. De verdediging voerde aan dat de verzetstermijn al was begonnen toen de opgeëiste persoon in het kader van de uitleveringsprocedure kennis nam van het vonnis, waardoor het vonnis onherroepelijk zou zijn geworden.
De Hoge Raad stelt op grond van het vertrouwensbeginsel dat moet worden uitgegaan van de juistheid van de mededelingen van de verzoekende staat. Uit de door België verstrekte informatie volgt dat de opgeëiste persoon nog verzet kan instellen tegen het verstekvonnis. Dit maakt het oordeel van de rechtbank dat geen verzet meer mogelijk is en dat sprake is van een executieuitlevering onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden uitspraak en beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen voor een zitting van de Hoge Raad om te worden gehoord over het uitleveringsverzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt oproeping van de opgeëiste persoon voor nader onderzoek van het uitleveringsverzoek.