ECLI:NL:HR:2004:AO8709
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting bij samenwonen na echtscheiding
De zaak betreft een verzoek van de man om zijn alimentatieverplichting jegens zijn ex-echtgenote te beëindigen per 1 januari 1996, met terugvordering van onverschuldigde betalingen. De man stelde dat de vrouw sinds maart 1995 samenwoonde met een derde, wat volgens art. 1:160 BW Pro de alimentatieplicht zou beëindigen.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de man onvoldoende bewijs leverde. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat de vrouw onvoldoende gemotiveerd verweer had gevoerd tegen het samenlevingsverweer, waardoor de alimentatieverplichting vanaf 3 juli 2002 eindigde en de vrouw moest terugbetalen.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank de man terecht tot bewijslevering had toegelaten omdat de vrouw het samenlevingsverweer voldoende gemotiveerd had betwist. Het hof was buiten de rechtsstrijd getreden door het verweer van de vrouw onvoldoende te achten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling.