ECLI:NL:HR:2004:AO7189
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vordering tot herstel en schadevergoeding wegens bouwkundige gebreken
Eiser heeft verweerder gedagvaard met vorderingen gericht op het opleggen van herstelwerkzaamheden aan een gebouw en betaling van schadevergoeding wegens bouwkundige gebreken. De rechtbank verklaarde zich bevoegd en liet eiser bewijs leveren. Na enquête wees de rechtbank de vorderingen af. Het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in, waarbij verweerder niet verscheen en verstek werd verleend.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het cassatieberoep.
Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het beroep van eiser en veroordeelde hem in de kosten van het cassatiegeding, waarbij aan de zijde van verweerder geen kosten werden begroot. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand dat de vorderingen van eiser afwees.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de vorderingen van eiser.