ECLI:NL:HR:2004:AO6998
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verrekening pensioenrechten na echtscheiding
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap die van 22 december 1989 tot 19 april 1994 tussen partijen heeft bestaan, alsmede de verrekening van pensioenrechten in dat kader. Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, welke is ontbonden door echtscheiding op 19 april 1994.
De man had de vrouw gedagvaard met het verzoek de verdeling van de gemeenschap vast te stellen. De vrouw stelde zich hiertegen en vorderde zelf ook de verdeling. De rechtbank heeft de gemeenschap verdeeld en de man veroordeeld tot betaling van ƒ 546,11 aan de vrouw. De vrouw stelde hoger beroep in, de man incidenteel hoger beroep.
Het hof vernietigde het eindvonnis voor zover de man was veroordeeld tot betaling van ƒ 546,11 en veroordeelde hem tot betaling van € 2.836,63 aan de vrouw. De man stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, de vrouw incidenteel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had gerekend door een betaling van de man en een borgtochtbedrag niet correct te verrekenen. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover de man tot betaling aan de vrouw werd veroordeeld en veroordeelde de vrouw tot betaling van € 238,77 aan de man. Het incidentele beroep van de vrouw werd verworpen. De kosten van het cassatiegeding werden gecompenseerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover de man aan de vrouw moet betalen en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 238,77 aan de man.