ECLI:NL:HR:2004:AO6210
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verjaring van regresvordering borg gemeente na betaling lening
In deze zaak vordert de gemeente Heerlen betaling van een bedrag van ƒ 119.134,78 plus wettelijke rente van eiseres, die samen met haar ex-echtgenoot een lening had afgesloten en waarvan de gemeente zich borg had gesteld. Na verkoop van het huis en betaling door de gemeente als borg, vorderde de gemeente regres op eiseres. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering toe, waarbij het hof de wettelijke rente vanaf 7 oktober 1995 toekende.
De Hoge Raad stelt centraal de vraag of de regresvordering van de gemeente verjaard is. De Hoge Raad oordeelt dat deze regresvordering moet worden beschouwd als een vordering tot schadevergoeding zoals bedoeld in art. 3:310 BW Pro, met een verjaringstermijn van vijf jaar. Gezien het verloop van meer dan vijf jaar na opeisbaarheid van de vordering op 9 december 1986, is de vordering per 1 januari 1993 verjaard.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op verjaring door eiseres niet in strijd zou zijn met de goede trouw, terwijl de gemeente stelde dat zij lankmoedig was geweest en de eiseres steeds in de gelegenheid had gesteld te betalen. De zaak wordt daarom vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad veroordeelt partijen in de kosten van het cassatiegeding en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het beoordelen van verjaring en de toepassing van redelijkheid en billijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege verjaring van de regresvordering en onvoldoende motivering over goede trouw.