ECLI:NL:HR:2004:AO5848
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid inbeslagname hennep in bedrijfsruimte zonder woningkarakter
De zaak betrof een verdachte die werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 3432 gram hennep in een bedrijfsruimte te Lelystad. De verbalisanten hadden op basis van een stankmelding de bedrijfsruimte betreden en daarin hennep aangetroffen in een plastic zak en een boodschappentas. Verdachte voerde in hoger beroep aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat zonder toestemming een ruimte was doorzocht die als woning diende.
Het hof oordeelde dat de bedrijfsruimte niet als woning kon worden aangemerkt en dat de inbeslagname van de voorwerpen rechtmatig was, omdat deze eerst in beslag werden genomen en daarna onderzocht, zodat geen sprake was van een doorzoeking in de zin van het strafprocesrecht. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, stellende dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen is toegestaan voor het verkrijgen van gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek. Het feit dat de plastic zak en boodschappentas werden onderzocht nadat ze in beslag waren genomen, maakte het onderzoek rechtmatig. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het handelen van de verbalisanten in deze zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot een taakstraf wegens het aanwezig hebben van hennep in een bedrijfsruimte.