ECLI:NL:HR:2004:AO5667
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieverzoek wegens niet-naleving procesvereisten
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarbij zijn vorderingen waren afgewezen. Het cassatieverzoekschrift was echter niet overgelegd, en het verzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat indien de procedure bij het hof een dagvaardingsprocedure betrof, het cassatieberoep bij dagvaarding had moeten worden ingesteld conform artikel 407 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De ingediende brief voldeed hier niet aan. Indien de bestreden uitspraak op rekest was gegeven, had het verzoekschrift volgens artikel 426a lid 1 Rv door een advocaat moeten worden ondertekend, wat eveneens niet het geval was.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieverzoek niet-ontvankelijk. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 juni 2004.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieverzoek wegens niet-naleving van procesvereisten.