ECLI:NL:HR:2004:AO5054

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38428
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • L. Monné
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 lid 3 letter a Wet op de inkomstenbelasting 1964
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest Hof Arnhem over QRS-apparaat als hulpmiddel voor belastingaanslag

In deze zaak betrof het een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1997 opgelegd aan belanghebbende. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Arnhem. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag.

De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De kern van het geschil betrof de kwalificatie van een QRS-apparaat als een hulpmiddel in de zin van artikel 46, lid 3, letter a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Het Hof had geoordeeld dat het apparaat als zodanig kon worden aangemerkt omdat het in het algemeen slechts voor geneeskundige doeleinden wordt gebruikt. De Hoge Raad oordeelde echter dat het apparaat niet voldoet aan de vereisten van bijzondere hoedanigheid die het alleen geschikt maakt voor zieke of invalide personen, noch neemt het een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie over.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verklaarde het beroep tegen de aanslag ongegrond. De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep tegen de aanslag ongegrond.

Uitspraak

Nr. 38.428
5 maart 2004
wv
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 16 mei 2002, nr. 00/01098, betreffende na te melden aan X te Z opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 93.487, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 92.019 (€ 41.756,40). De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat het door belanghebbende aangeschafte QRS-apparaat kan worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van artikel 46, lid 3, letter a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het heeft voor dit oordeel redengevend geacht dat het apparaat in het algemeen slechts aanwending vindt voor geneeskundige doeleinden.
3.2. In cassatie wordt 's Hofs oordeel terecht bestreden. Indien, zoals hier kennelijk het geval is, een middel niet is opgenomen in het verstrekkingenpakket van de Ziekenfondswet of dat van de AWBZ, is vereist dat het middel een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat het alleen wordt gebruikt door zieke en/of invalide personen, dan wel naar zijn aard een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat het onderwerpelijke apparaat, dat door de fabrikant wordt omschreven als "eine ideale Möglichkeit, selbst etwas für die eigene Gesundheit und die Erhältung der Leistungsfähigkeit zu tun", niet een bijzondere hoedanigheid bezit die meebrengt dat het alleen wordt gebruikt door zieke en/of invalide personen, en dat het niet naar zijn aard een door ziekte of invaliditeit gestoorde elementaire lichaamsfunctie kan overnemen. Het kan derhalve niet worden aangemerkt als een hulpmiddel in vorenbedoelde zin. Het middel is gegrond. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en
verklaart het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2004.