ECLI:NL:HR:2004:AO4318
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat samen verpakte erwten en suiker afzonderlijk moeten worden ingedeeld in het douanetarief
Belanghebbende had bij de Inspecteur een bindende tariefinlichting aangevraagd voor een product bestaande uit samen verpakte gedroogde groene erwten en witte kristalsuiker. De Inspecteur wees dit toe onder de post voor suiker, maar het bezwaar van belanghebbende werd afgewezen. Belanghebbende ging in beroep bij de Tariefcommissie, waarna het Hof dit beroep gegrond verklaarde en de bindende tariefinlichting vernietigde.
Het Hof oordeelde dat de samen verpakte erwten en suiker niet als een mengsel of samengesteld goed in de zin van de algemene indelingsregel 2b konden worden beschouwd, omdat niet aannemelijk was dat door de samenvoeging een product met eigen economische en industriële betekenis was ontstaan en de delen zich niet blijvend vermengden. De Hoge Raad toetste dit oordeel en verwierp de middelen van belanghebbende die stelden dat het Hof buiten de rechtsstrijd was getreden en een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd.
De Hoge Raad bevestigde dat de indelingsregels niet zonder meer van toepassing zijn op verschillende producten in één verpakking en dat het Hof terecht had geoordeeld dat de erwten en suiker afzonderlijk moesten worden ingedeeld. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat samen verpakte erwten en suiker afzonderlijk moeten worden ingedeeld.