ECLI:NL:HR:2004:AO4209
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een handelsagent in metalen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak oktober 1999 tot en met december 2000. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof oordeelde dat belanghebbende leveringen had verricht aan Spaanse afnemers, maar stelde niet vast dat zij als eigenaar over de goederen kon beschikken.
In cassatie betoogde belanghebbende dat sommige transacties niet in Nederland maar in Duitsland waren verricht en dat het Hof ten onrechte vond dat zij dit onvoldoende aannemelijk had gemaakt. De Hoge Raad overwoog dat het Hof geen feiten had vastgesteld waaruit bleek dat belanghebbende de macht had om als eigenaar over de goederen te beschikken, wat noodzakelijk is voor leveringen in de zin van de Wet op de omzetbelasting.
Verder stelde de Hoge Raad dat het begrip 'aantonen' in artikel 32 van Pro de Wet op de omzetbelasting moet worden opgevat als 'aannemelijk maken'. Belanghebbende had bescheiden overgelegd die dit aannemelijk maakten, maar het Hof had dit onvoldoende meegewogen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.