ECLI:NL:HR:2004:AO4099
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid betekening dagvaarding in hoger beroep bij onbekend verblijfadres verdachte in Indonesië
In deze strafzaak werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en valsheid in geschrift. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de betekening van de dagvaarding, aangezien het woonadres van de verdachte in Indonesië onduidelijk was en de dagvaarding aan de griffier werd betekend en vervolgens naar een betwist adres in Indonesië werd gestuurd.
Het hof oordeelde dat geen van de opgegeven adressen in Indonesië als woon- of verblijfplaats van de verdachte kon gelden, maar dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend op grond van artikel 588 Sv Pro. De verdediging voerde aan dat het adres bekend was en dat de dagvaarding onjuist was verzonden, maar dit werd door het hof verworpen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
Daarnaast stelde de verdediging dat getuigen die het Openbaar Ministerie had geweigerd op te roepen alsnog gehoord moesten worden, maar de Hoge Raad wees dit af omdat de raadsman niet bevoegd was om de verdediging te voeren en derhalve geen verzoek tot het horen van getuigen kon indienen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest slechts voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, en verminderde de straf tot 21 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 21 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; de dagvaarding is rechtsgeldig betekend.