ECLI:NL:HR:2004:AO4047

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01724/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 225 SrWetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetheling en bezit van door misdrijf verkregen Duitse rijbewijzen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor opzetheling en het bezit van verschillende Duitse paspoorten en rijbewijzen, waarvan hij wist dat deze door misdrijf waren verkregen. Het hof legde een gevangenisstraf van 24 maanden op met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring.

Het cassatiemiddel betrof de vraag of uit het gebruikte bewijs kon worden afgeleid dat de rijbewijzen door misdrijf waren verkregen. De Hoge Raad oordeelde dat twee rijbewijzen ten onrechte in de bewezenverklaring waren opgenomen, maar dat dit een kennelijke misslag was die de feitelijke grondslag niet aantastte. Voor de 25 blanco Duitse rijbewijzen stelde de Hoge Raad vast dat het een feit van algemene bekendheid is dat dergelijke grote partijen blanco rijbewijzen alleen door misdrijf kunnen zijn verkregen.

De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef de veroordeling van verdachte in stand voor opzetheling en het bezit van door misdrijf verkregen valse documenten.

De uitspraak onderstreept het belang van de algemene bekendheid omtrent de herkomst van blanco rijbewijzen en bevestigt de bewijsvoering van het hof in dergelijke zaken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf wegens opzetheling en bezit van door misdrijf verkregen Duitse rijbewijzen.

Uitspraak

27 april 2004
Strafkamer
nr. 01724/03
AGJ/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 december 2002, nummer 23/003462-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 9 oktober 2001 - de verdachte ter zake van 1. "opzetheling", 2. "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid, onder C, van de Opiumwet, gegeven verbod", 4. "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" en 5. "opzettelijk het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst" veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt erover dat uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de in de bewezenverklaring onder 1 genoemde rijbewijzen door misdrijf zijn verkregen.
3.2. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:
"hij op 21 april 2001 te Rotterdam,
- 43 Duitse paspoorten,
paspoortnummers: 3150052167, -2547, -2318, -2525,
-2363, -2330, -2514, -2411, -2293, -2640, -2617,
-2248, -2204, -2178, -2123, -2628, -2651, -2570,
-2226, -2237, -2307, -2606, -2341, -2499, -2503,
-2639, -2488, -2536, -2282, -2260, -2396, -2134,
-2329, -2271, -2444, -2581, -2466, -2455, -2190,
-2259, -2558, -2477, -2215 en
- 25 blanco Duitse rijbewijzen en
- een Duits rijbewijs, nummer 3554/77, en
- een Duits rijbewijs, nummer 3559/99,
voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof."
3.3. Het middel stelt terecht dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de twee op nummer gestelde Duitse rijbewijzen door misdrijf zijn verkregen. Aangenomen moet worden dat die als gevolg van een kennelijke misslag in de bewezenverklaring zijn opgenomen. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring met verbetering van deze misslag zodat aan het middel in zoverre feitelijke grondslag komt te ontvallen en het niet tot cassatie kan leiden.
3.4. Ten aanzien van de 25 blanco Duitse rijbewijzen geldt het volgende. Het is een feit van algemene bekendheid dat een zodanig grote partij blanco rijbewijzen, in het bezit van anderen dan de bevoegde instanties, niet anders dan door misdrijf kan zijn verkregen. Het middel is derhalve in zoverre tevergeefs voorgesteld.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 27 april 2004.