Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2004:AO3242

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02179/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 81 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling medeplegen doodslag en poging tot doodslag met rijontzegging

De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van doodslag en medeplegen van poging tot doodslag, alsmede een verkeersovertreding, met een gevangenisstraf van acht jaar en verschillende rijontzeggingen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Maastricht en legde deze strafoplegging op.

De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest, waarbij zijn advocaat een middel van cassatie indiende. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel geen aanleiding gaf tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het middel verworpen en bleef het hofarrest ongewijzigd in stand.

De strafoplegging omvatte naast de gevangenisstraf ook ontzeggingen van de rijbevoegdheid voor verschillende termijnen, passend bij de gepleegde feiten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 30 maart 2004.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot acht jaar gevangenisstraf en rijontzeggingen voor medeplegen van doodslag en poging tot doodslag.

Uitspraak

30 maart 2004
Strafkamer
nr. 02179/03
AGJ/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 februari 2003, nummer 20/001954-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring te Roermond.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Maastricht van 1 juli 2002 - de verdachte ter zake van 1 primair "medeplegen van doodslag, meermalen gepleegd", 2 primair " medeplegen van poging tot doodslag" en 3. "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf, alsmede ten aanzien van feit 1 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zeven jaren, ten aanzien van feit 2 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren en ten aanzien van feit 3 tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 30 maart 2004.