ECLI:NL:HR:2004:AO3169
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing inkomensbegrip Ziekenfondswet voor zelfstandigen zonder overgangsregeling
Belanghebbende startte in 2000 een onderneming en werd met ingang van dat jaar verzekerd op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De Inspecteur stelde dat belanghebbende voor 2002 voldeed aan de verzekeringsplicht op basis van het inkomen over 2000, zoals bepaald in de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen. Het Hof Arnhem oordeelde dat de Regeling met betrekking tot het in aanmerking te nemen toetsjaar gebrekkig was en verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond.
De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en oordeelt dat het hanteren van slechts één toetsjaar, ook al kan dit leiden tot toevallige en atypische situaties, niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel of rechtszekerheidsbeginsel. De Hoge Raad benadrukt dat de Regeling al vanaf 1999 bekend was en dat belanghebbende zijn handelingen in 2000 had kunnen afstemmen op de verzekeringsplicht in 2002.
Verder wijst de Hoge Raad erop dat het gekozen systeem een afweging is tussen verschillende doelstellingen, waaronder beperking van het jojo-effect en praktische uitvoerbaarheid. De keuze van de wetgever om geen overgangsregeling te treffen voor startende zelfstandigen wordt als redelijk beoordeeld. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, aangezien zelfstandigen en werknemers niet als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris gegrond, vernietigt het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. Er worden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Arnhem vernietigd.