ECLI:NL:HR:2004:AO2714

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02280/02
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen zware mishandeling met taakstraf

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en legde in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf van 140 uur onbetaalde arbeid op.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De raadsheer-advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de verdediging, maar oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad vond geen aanleiding om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen en wees het beroep van de verdachte af. Hiermee bleef de veroordeling en de opgelegde taakstraf van 140 uur onbetaalde arbeid in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling en taakstraf van 140 uur onbetaalde arbeid blijven gehandhaafd.

Uitspraak

16 maart 2004
Strafkamer
nr. 02280/02
IV/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 29 april 2002, nummer 23/003458-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 9 april 1999 - de verdachte ter zake van 2. "medeplegen van zware mishandeling" veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 140 uren, in plaats van drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.G. Al, advocaat te Nieuw-Vennep, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de
plaatsvervangend Procureur-Generaal.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 16 maart 2004.
Mr. Urlings is buiten staat dit arrest te ondertekenen.