ECLI:NL:HR:2004:AO1994
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake faillissementsverzoek en schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft op 15 mei 2003 bij de rechtbank Almelo faillissement aangevraagd. Tijdens de zitting op 11 juni 2003 heeft verzoeker het faillissementsverzoek bestreden en verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees het faillissementsverzoek bij vonnis van 8 juli 2003 af. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat bij arrest van 14 augustus 2003 het vonnis van de rechtbank bevestigde.
Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. Het arrest is gewezen door de raadsheren Aaftink, Beukenhorst en de Savornin Lohman en op 19 maart 2004 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Hammerstein.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het faillissementsverzoek blijft afgewezen.