ECLI:NL:HR:2004:AO1712
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid geweldsgebruik bij onderzoek aan lichaam verdachte drugsdealers
Op 31 juli 1999 werd verdachte te Amsterdam door politieagenten betrapt met kleine plastic bolletjes harddrugs in zijn mond, een gebruikelijke methode onder dealers om bewijs te verbergen. De politie wilde een onderzoek aan zijn lichaam en kleding instellen op grond van artikel 9 van Pro de Opiumwet vanwege ernstige bezwaren. Toen verdachte probeerde de bolletjes door te slikken en zich verzette tegen het onderzoek, grepen de agenten hem bij de keel.
Het hof oordeelde dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond en dat het geweld dat de politie gebruikte proportioneel en rechtmatig was. Het hof veroordeelde verdachte wegens wederspannigheid tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete.
De verdachte stelde in cassatie dat de politie niet in rechtmatige uitoefening van hun bediening handelde en dat het geweld disproportioneel was. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde het oordeel van het hof dat het onderzoek en het geweldsgebruik gerechtvaardigd waren. Het beroep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor wederspannigheid wegens verzet tegen rechtmatig onderzoek en proportioneel geweldsgebruik door politie.