ECLI:NL:HR:2004:AO1401
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens vervallen ontnemingsuitspraak
Betrokkene was bij het gerechtshof veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 38.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, voortvloeiend uit medeplichtigheid aan valsheid in geschrift. Deze ontnemingsuitspraak volgde op een eerdere veroordeling door de politierechter.
Later vernietigde het hof het strafvonnis in de hoofdzaak en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Dit arrest ging op 26 juli 2002 in kracht van gewijsde, waardoor de ontnemingsuitspraak van rechtswege verviel.
Omdat de ontnemingsuitspraak was vervallen, had betrokkene geen belang meer bij het cassatieberoep tegen die uitspraak. De Hoge Raad verklaarde daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 17 februari 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens vervallen ontnemingsuitspraak.