ECLI:NL:HR:2004:AO1286
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis kennelijk onredelijk ontslag en verwijst naar hof
De zaak betreft een werknemer die na 33 jaar dienstverband bij zijn broer, de werkgever, werd ontslagen wegens sluiting van de winkel. De werknemer werd gedeeltelijk arbeidsongeschikt na een ernstig verkeersongeluk. De werkgever vroeg toestemming voor opzegging, die werd verleend, waarna het dienstverband werd beëindigd. De werknemer vorderde onder meer een verklaring van kennelijk onredelijk ontslag en schadevergoeding.
De kantonrechter wees de meeste vorderingen af, maar de rechtbank vernietigde dit en oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, omdat de werknemer weinig perspectief had op ander passend werk en geen voorzieningen waren getroffen. De rechtbank kende een schadevergoeding toe.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat deze onvoldoende had meegewogen dat de werknemer niet bereid was de onderneming over te nemen en niet meer in de winkel wilde terugkeren. Ook was de belangenafweging onvoldoende gemotiveerd. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad benadrukte dat bij de beoordeling van kennelijk onredelijk ontslag de bereidheid tot werkhervatting of overname van de onderneming niet zonder meer terzijde kan worden geschoven en dat alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.