ECLI:NL:HR:2004:AN8735
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- G.J. Zuurmond
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanslag inkomstenbelasting bij te hoge algemene heffingskorting ondanks verdeling box-3 inkomen
Belanghebbende kreeg voor 2001 een voorlopige teruggaaf algemene heffingskorting toegekend op basis van de opgave dat zij geen inkomen zou genieten. Later werd bij de aangifte box-3 inkomen aan haar toegerekend, wat leidde tot een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van € 603.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de wetgever terecht geen drempel van € 196 belastingheffing in artikel 9.4, lid 4, Wet IB 2001 had opgenomen. Ook het beroep op de meerderheidsregel, waarbij wordt gesteld dat ongelijke behandeling ontstaat tussen éénverdieners en tweeverdieners, werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd. Hiermee wordt bevestigd dat de belastingdienst aanslagen kan opleggen bij een te hoge algemene heffingskorting, ook als box-3 inkomen wordt toegerekend aan een niet-verdienende partner.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 2001.