ECLI:NL:HR:2004:AN8288

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/052HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot beëindiging levensonderhoudsuitkering afgewezen door Hoge Raad

De man heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om de levensonderhoudsuitkering aan de vrouw met ingang van 1 januari 2000 op nihil vast te stellen. De rechtbank wees dit verzoek af en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De man ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de proceskostenverdeling wijzigde ten nadele van de man, maar het verzoek zelf afwees. Hiertegen stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er waren geen rechtsvragen die beantwoording behoefden in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen.

De beschikking van de Hoge Raad is gegeven door de vice-president en vier raadsheren en op 9 januari 2004 in het openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de levensonderhoudsuitkering in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot beëindiging van de levensonderhoudsuitkering.

Uitspraak

9 januari 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/052HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 juni 2001 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht - met wijziging van de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 oktober 1997 - de uitkering tot levensonderhoud van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - met ingang van 1 januari 2000 op nihil vast te stellen, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 15 januari 2002 het verzoek afgewezen en de proceskosten aldus gecompenseerd dat elke partij de eigen kosten draagt.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 29 januari 2003 heeft het hof de bestreden beschikking voor zover het de proceskosten betreft vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de man veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de vrouw in beide instanties. Voor het overige heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 9 januari 2004.