ECLI:NL:HR:2004:AN7826
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering in civiele zaak tussen ex-partners
De man heeft de vrouw gedagvaard en gevorderd dat zij een geldsom van ƒ 80.604,69 plus wettelijke rente en een bedrag van ƒ 15.000 voor buitengerechtelijke kosten aan hem zou betalen. De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn vordering. Hiertegen stelde de man hoger beroep in, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde.
Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de man ontvankelijk, maar wees zijn vorderingen af. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De vrouw verzocht tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. De kosten van het cassatiegeding worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en zijn vorderingen worden afgewezen.