ECLI:NL:HR:2004:AN7666
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekeningsmethode wederrechtelijk verkregen voordeel bij ontnemingszaak transportbedrijf
In deze ontnemingszaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen van een transportbedrijf dat gebruikmaakte van Roemeense chauffeurs die minder werden betaald dan volgens de CAO vereist was. De betrokkene was eerder veroordeeld voor overtreding van artikel 14, eerste lid, van de Wet goederenvervoer over de weg.
De kern van het geschil betrof de wijze van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het Hof had het voordeel geschat op de bespaarde kosten, namelijk het verschil tussen het volgens de CAO vereiste loon en het feitelijk betaalde loon aan de chauffeurs. Dit stond het Hof vrij op grond van artikel 36e, lid 4, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht.
De betrokkene stelde dat het voordeel op een andere wijze, namelijk op basis van het netto-exploitatieresultaat, had moeten worden vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof een juiste maatstaf had gehanteerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was of nadere motivering behoefde.
Het beroep in cassatie werd daarom verworpen, waarmee de ontnemingsvordering van € 50.338,- in stand bleef. De uitspraak bevestigt dat bij ontnemingszaken het voordeel kan worden berekend op basis van bespaarde kosten wanneer sprake is van een bewuste keuze voor een illegale bedrijfsvoering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering van €50.338,- wordt bevestigd.