ECLI:NL:HR:2004:AL4367
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verlenging termijn voor indienen cassatieschriftuur wegens onjuiste aanzegging in Duitsland
In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte was veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtstreeks aan het in Duitsland bekende adres van de verdachte gestuurd. Echter, de Duitse autoriteiten stuurden de aanzegging onterecht retour met de mededeling dat de geadresseerde onbekend was.
De Hoge Raad oordeelde dat deze terugzending niet aan de verdachte te wijten was en dat het risico van het niet-ontvangen van de aanzegging daarom niet op de verdachte mocht worden afgewenteld. Gezien de wettelijke verplichting dat de verdachte binnen twee maanden na betekening een schriftuur met middelen van cassatie moet indienen, werd de termijn verlengd tot 12 december 2003.
De middelen van cassatie werden inhoudelijk niet behandeld omdat zij niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde het arrest van het gerechtshof. De zaak werd aangehouden tot de zitting van 16 december 2003 om de verlenging van de termijn mogelijk te maken.
Uitkomst: De Hoge Raad verlengt de termijn voor het indienen van het cassatieschriftuur en verwerpt het beroep in cassatie.