ECLI:NL:HR:2003:AN9069
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek scholingskosten ondernemer
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 81.850. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 60.431.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van scholingskosten van de ondernemer zelf. Het Hof oordeelde dat ook kosten voor kennisuitbreiding in aanmerking komen voor aftrek, mits de kennis productief kan worden gemaakt. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 11c van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 scholingskosten van de ondernemer alleen aftrekbaar zijn indien deze bedrijfs- of beroepskosten betreffen en niet wanneer de studie leidt tot een duurzame verbetering van de persoonlijke uitrusting. Het oordeel van het Hof, dat ook kosten voor kennisuitbreiding aftrekbaar zijn, kon niet in stand blijven.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam, behoudens het onderdeel over griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Over de proceskosten in cassatie werd geen beslissing genomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof Amsterdam vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.