ECLI:NL:HR:2003:AN8174
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-toepassing dubbele verzekering arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag opgelegd voor de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen op basis van een premie-inkomen van ƒ 71.219. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Regeling premieheffing WAZ een persoongebonden faciliteit betreft voor personen die zowel verzekerd zijn uit hoofde van een dienstbetrekking voor arbeidsongeschiktheid op grond van de WAO als op grond van de WAZ. Omdat belanghebbende geen dienstbetrekking heeft en geen winst uit een dienstbetrekking geniet, is er geen sprake van dubbele verzekering en is deze regeling niet van toepassing.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Hiermee blijft de aanslag in stand en is de regeling voor dubbele verzekering niet van toepassing in de situatie van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de regeling voor dubbele verzekering niet van toepassing is zonder dienstbetrekking.