ECLI:NL:HR:2003:AN8171
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens onjuiste pensioenopvatting
In deze zaak betrof het een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd aan een vennootschap over het jaar 1995, waarbij een verhoging van 100% was opgelegd en deels kwijtgescholden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag, waarna het Gerechtshof Arnhem de aanslag en de uitspraak van de Inspecteur vernietigde.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 11d van de Wet op de loonbelasting 1964, dat bepaalt dat er geen aanspraken op pensioen kunnen ontstaan over diensttijd waarin het loon nihil is. De Staatssecretaris stelde dat de pensioenaanspraken van de werknemer, een tandarts die zijn salaris had laten vervallen, als loon moesten worden belast. Het Hof oordeelde echter dat de beroepspensioenregeling, waaraan de tandarts verplicht was deel te nemen, los stond van het pensioen dat de vennootschap aan hem toezegde en dat de aanspraken van het beroepspensioenfonds niet als loon konden worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof. De Hoge Raad stelde dat artikel 11d alleen ziet op situaties waarin werknemer en werkgever zowel het salaris als het pensioen kunnen bepalen, wat bij een verplichte beroepspensioenregeling niet het geval is. Hierdoor was de naheffingsaanslag onterecht opgelegd en moest deze worden vernietigd. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt de vernietiging van de naheffingsaanslag loonbelasting.