ECLI:NL:HR:2003:AN8168
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid van kosten economische belang tijdelijk vruchtgebruik kantoorgebouw
Belanghebbende en zijn echtgenote bezitten elk vijftig procent van de aandelen in een besloten vennootschap (BV). De BV kocht in 1991 een kantoorgebouw dat in 1992 werd geleverd. Vervolgens verkocht de BV het kantoorgebouw aan belanghebbende onder voorbehoud van een vruchtgebruikrecht van dertig jaar ten behoeve van de BV. In 1994 verkocht de BV het economische belang bij dit vruchtgebruikrecht aan belanghebbende voor een bedrag van ƒ 493.495.
Belanghebbende stelde dat dit bedrag als aftrekbare kosten in de inkomstenbelasting moest worden aangemerkt. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde echter dat geen feiten waren gesteld die het bestaan van een tijdelijk vruchtgebruik aannemelijk maakten, zodat de vestiging en verwerving van het economische belang in de vermogenssfeer plaatsvonden en niet aftrekbaar waren.
In cassatie betwistte belanghebbende dit oordeel, stellende dat wel degelijk sprake was van tijdelijk vruchtgebruik. De Hoge Raad verwierp dit betoog en bevestigde dat het recht van vruchtgebruik zonder tegenprestatie was gevestigd en dat de latere vervreemding van het economische belang bij dat recht niet in de inkomstensfeer viel volgens het toen geldende belastingstelsel.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof dat het bedrag van ƒ 493.495 niet tot aftrekbare kosten kon worden gerekend. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het bedrag van ƒ 493.495 niet aftrekbaar is als kosten in de inkomstenbelasting.