ECLI:NL:HR:2003:AN7744
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vrijstelling overdrachtsbelasting wegens niet-bloedverwantschap
Belanghebbende heeft een bedrag van ƒ 51.945 aan overdrachtsbelasting voldaan bij de verkrijging van een onroerende zaak. Hij maakte bezwaar tegen deze belasting en verzocht om teruggaaf, maar dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de afwijzing bevestigde.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de weigering onterecht was, onder meer omdat de wettelijke vrijstellingsbepaling in strijd zou zijn met internationale verdragsregels. De Hoge Raad oordeelde echter dat belanghebbende geen recht heeft op de vrijstelling omdat hij niet behoort tot de kring van bloed- en aanverwanten zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, letter b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
De Hoge Raad benadrukte dat de vrijstelling is bedoeld om versnippering van ondernemingen bij overdracht aan (pleeg)kinderen, kleinkinderen en hun echtgenoten te voorkomen. De wetgever heeft daarbij een ruime beoordelingsvrijheid en heeft deze niet overschreden. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vrijstelling overdrachtsbelasting bevestigd.