ECLI:NL:HR:2003:AN7444
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot betaling en verwerpt cassatieberoep
De man heeft de vrouw gedagvaard en gevorderd tot betaling van meerdere bedragen, waaronder een bedrag van ƒ 278.000, de helft van de afkoopwaarde van een verzekeringspolis, en enkele kleinere bedragen, vermeerderd met wettelijke rente. De vrouw heeft zich verzet tegen de vermeerdering van eis en de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis een comparitie gelast en bij eindvonnis de vrouw veroordeeld tot betaling van slechts ƒ 571,50 met rente, en het overige afgewezen. De man ging in hoger beroep, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De vrouw was niet verschenen en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgt dit advies en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, waarbij de man wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest van het hof.