ECLI:NL:HR:2003:AM2771
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid mandatering dagvaarding aan politiehopper bevestigd door Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de vraag of de dagvaarding nietig was omdat deze was opgesteld en de vervolgingsbeslissing was genomen door een zogenaamde politiehopper, een ambtenaar die rechtspositioneel politieambtenaar is maar tevens onbezoldigd parketsecretaris bij het parket Amsterdam.
De verdediging voerde aan dat een hopper niet bevoegd zou zijn om een dagvaarding uit te brengen, omdat artikel 126 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) mandatering beperkt tot ambtenaren werkzaam bij het parket. Het hof stelde vast dat de hoppers voldoen aan de voorwaarden gesteld in een brief van de Minister van Justitie van 31 mei 1999, waaronder opleiding, supervisie en mandaat, en dat de hopper feitelijk als parketambtenaar functioneert.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtspositionele status als politieambtenaar niet doorslaggevend is, maar dat het gaat om opleiding, feitelijke werkzaamheden en supervisie binnen het parket. Het mandaat aan de hopper was niet te ruim en de dagvaarding was niet nietig. Het beroep werd verworpen en de veroordeling van de verdachte bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bevoegdheid van de politiehopper tot het uitbrengen van de dagvaarding.