ECLI:NL:HR:2003:AM1465
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing landbouwregeling op paardenopfokbedrijf voor omzetbelasting
De zaak betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd aan een maatschap die onder meer een paardenopfokbedrijf exploiteert. De Inspecteur stelde dat de landbouwregeling niet van toepassing was op de paardenopfokactiviteiten en legde een naheffingsaanslag op. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Arnhem.
Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat de activiteiten van het paardenopfokbedrijf binnen de landbouwregeling vallen, omdat deze diensten door een veehouder worden verricht en bijdragen aan de agrarische productie. Het Hof baseerde zich op Europese regelgeving, waaronder het EG-Verdrag, de Zesde richtlijn, en een Europese richtlijn inzake zoötechnische voorschriften voor paardachtigen, alsmede op nationale besluiten en maatschappelijke opvattingen.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof juist is en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën werd door de Hoge Raad ongegrond verklaard, waarmee het Hof-arrest dat de landbouwregeling toepast op paardenopfokactiviteiten werd bevestigd.