ECLI:NL:HR:2003:AK8517

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/057HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A. Hammerstein
  • P.C. Kop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 288Wet op de rechterlijke organisatie 81
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling na cassatie

Eiser heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 19 februari 2003 af. Eiser stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis bij arrest van 6 mei 2003 bekrachtigde.

Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof en het vonnis van de rechtbank. Het verzoek tot schuldsaneringsregeling blijft daarmee afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

24 oktober 2003
Eerste Kamer
Nr. R03/057HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 oktober 2002 ter griffie van de rechtbank te Rotterdam ingekomen verzoekschrift heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Nadat de rechtbank [eiser] ter terechtzitting had gehoord heeft zij bij vonnis van 19 februari 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling op 29 april 2003 heeft het hof bij arrest van 6 mei 2003 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 24 oktober 2003.