ECLI:NL:HR:2003:AK8324
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsregeling op beëindiging opvang asielzoeker met voorwaardelijke verblijfsvergunning
Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) vorderde in kort geding de ontruiming van het AZC Culemborg door [verweerder], een Iraakse asielzoeker met een voorwaardelijke verblijfsvergunning die was ingetrokken. Na een vonnis van de president van de rechtbank Arnhem dat het COA gelijk gaf, vernietigde het gerechtshof Arnhem dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat het gewijzigde artikel 8 lid 1 onder Pro c van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 (Rva 1997) en het Stappenplan 2000 niet van toepassing waren op [verweerder].
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat op grond van de overgangsregeling in het Besluit van 6 december 1999 het gewijzigde artikel en het Stappenplan 2000 niet van toepassing zijn op vreemdelingen die vóór 1 januari 2000 een negatieve beslissing op hun asielaanvraag of bezwaar hadden gekregen, zoals in het geval van [verweerder]. Hierdoor blijft het oude Stappenplan 1999 met het meewerkcriterium van toepassing, dat opvangvoorzieningen toestaat zolang de asielzoeker voldoende meewerkt aan terugkeer.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van het COA en veroordeelde het COA in de kosten van het geding. Hiermee werd bevestigd dat de opvang van [verweerder] niet automatisch kan worden beëindigd op basis van het aangescherpte terugkeerbeleid dat vanaf 1 januari 2000 geldt. De uitspraak benadrukt de werking van overgangsrecht en de bescherming van asielzoekers die onder oudere regelingen vallen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het COA wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem bevestigd.