ECLI:NL:HR:2003:AI0872
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis onteigeningsschade en verwijzing naar gerechtshof
De Staat der Nederlanden heeft een onteigeningsprocedure gestart voor een deel van een perceel bouwland ten behoeve van infrastructuurwerken. De rechtbank Breda sprak de onteigening vervroegd uit en stelde de schadeloosstelling vast voor zowel de eigenaren als de pachter van het onteigende.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis omdat de rechtbank onjuiste uitgangspunten hanteerde bij de waardering van de waardevermindering van het overblijvende perceel. De rechtbank had niet onderzocht wat de werkelijke waarde van het gehele perceel vóór onteigening was, wat essentieel is voor de bepaling van de mindere waarde volgens artikel 41 van Pro de Onteigeningswet.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een redelijk handelend agrariër met een groot bedrijf vervangende grond zou aankopen voor het relatief kleine onteigende stuk pachtgrond. Ook is de afwijzing van de mogelijkheid tot pacht van vervangende grond onvoldoende onderbouwd.
De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.