ECLI:NL:HR:2003:AI0266

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/020HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering betaling na overlijden verweerder

Eiser heeft verweerder gedagvaard voor betaling van een bedrag van ƒ 30.000,- vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Na deskundigenbericht over de authenticiteit van de handtekening onder een verkoopovereenkomst wees de rechtbank de vordering af. Eiser stelde hoger beroep in, waarna verweerder overleed en het geding werd geschorst.

Eiser vervolgde de procedure tegen de erven van verweerder en wijzigde zijn vordering tot een hoger bedrag. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de gewijzigde vordering af. Tegen dit arrest stelde eiser cassatieberoep in.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. De Hoge Raad bevestigt daarmee de afwijzing van de vordering en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering wordt definitief afgewezen.

Uitspraak

3 oktober 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/020HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de erven van [verweerder],
laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 11 december 1998 wijlen [verweerder] - verder te noemen: [verweerder] - in versneld regime gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 30.000,-- te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van ƒ 3.507,37 en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen, te rekenen vanaf 12 april 1998.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden en zijnerzijds een vordering in reconventie ingesteld die in cassatie geen rol speelt.
Op 7 april 1999 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Hierna heeft de rechtbank bij tussenvonnis 2 juni 1999 een deskundigenbericht bevolen met betrekking tot de vraag of de handtekening onder de "overeenkomst tot verkoop" afkomstig is van [verweerder]. Na deskundigenbericht heeft de rechtbank bij eindvonnis van 9 februari 2000 de vordering in conventie afgewezen.
Tegen het tussenvonnis van 2 juni 1999 en het eindvonnis van 9 februari 2000 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Nadat [eiser] hoger beroep had ingesteld, is [verweerder] overleden. Hierna is het rechtsgeding geschorst. [Eiser] heeft verweerders in cassatie - verder te noemen: [erven van verweerder] - bij exploit gedagvaard tot hervatting van het geding.
Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn eis in zoverre gewijzigd dat hij heeft gevorderd [de erven van verweerder] te veroordelen primair tot betaling van een bedrag van ƒ 42.500,-- althans ƒ 30.000,--, met wettelijke rente, en subsidiair tot betaling van een bedrag van ƒ 4.700,-- althans een gebruikelijk, althans redelijk loon, met wettelijke rente.
Bij arrest van 8 augustus 2001 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep, voor zover in conventie gewezen, bekrachtigd en de in hoger beroep gewijzigde vordering afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[De erven van verweerder] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de erven van verweerder] begroot op € 571,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 3 oktober 2003.