ECLI:NL:HR:2003:AI0013

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02727/02
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in strafzaak medeplegen verkrachting

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem het vonnis van de Arrondissementsrechtbank Almelo vernietigd en de verdachte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van meermalen gepleegde verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Tevens werden vorderingen van enkele benadeelde partijen toegewezen.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij zijn advocaat een middel van cassatie aanvoerde. De plaatsvervangend Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen redenen aanwezig waren om het arrest ambtshalve te vernietigen. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke veroordeling van de verdachte en de toegewezen vorderingen aan de benadeelde partijen, waarmee de strafrechtelijke procedure in deze zaak werd afgerond.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een gevangenisstraf van zeven jaar.

Uitspraak

30 september 2003
Strafkamer
nr. 02727/02
EW/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 februari 2002, nummer 21/000829-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 5 april 2001 - de dagvaarding in eerste aanleg ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde voorzover het betreft de onderdelen "een of meer andere kinderen" en "bij een of meer andere kinderen" nietig verklaard en de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 4 primair, 5 primair, 5 subsidiair, 6 primair en 6 subsidiair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 1, 2 en 3 telkens primair "het medeplegen van: verkrachting, meermalen gepleegd" en 4 subsidiair "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot zeven jaren gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld en de benadeelde partijen [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waar-nemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 30 september 2003.