ECLI:NL:HR:2003:AH8802
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid autokosten en lijfrentetermijnen in inkomstenbelasting
Belanghebbende, bestuurslid van twee stichtingen, kreeg voor 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 70.739. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 64.014. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van kosten die belanghebbende maakte voor werkzaamheden voor beide stichtingen, waaronder autokosten, telefoonkosten en faxmachinekosten. Belanghebbende had deze kosten gedeclareerd, maar zag af van inning, terwijl de stichting A afzag van het opeisen van een lijfrentetermijn. Het hof oordeelde dat sprake was van verrekening en kwalificeerde het bedrag als een aftrekbare gift.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de door belanghebbende gemaakte autokosten ten behoeve van stichting B niet als aftrekbare gift konden worden aangemerkt, omdat het afzien van inning van de declaratie ook onder het vrijwillig afzien van vergoeding valt. De aftrekbaarheid van autokosten is beperkt tot ƒ 0,33 per kilometer, terwijl belanghebbende ƒ 0,60 per kilometer had gedeclareerd. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 65.427.
De Hoge Raad wees verder af dat proceskosten aan de orde waren en sprak het arrest uit op 27 juni 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 65.427.