ECLI:NL:HR:2003:AF9713
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank Amsterdam en toepasselijk recht bij betalingsovereenkomst tussen bestuurder en schuldeiser
In deze zaak stond centraal de vraag of de rechtbank te Amsterdam bevoegd was kennis te nemen van een vordering tot betaling van declaraties, gericht tegen een bestuurder die zorg zou dragen voor betaling namens een vennootschap. De vordering was ingesteld door een partij die werkzaamheden had verricht voor de vennootschap.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de betalingsovereenkomst tussen de schuldeiser en de bestuurder beheerst werd door Nederlands recht, omdat de overeenkomst het nauwst met Nederland verbonden was. Dit werd onder meer gebaseerd op het feit dat de werkzaamheden in Nederland waren verricht en de schuldeiser in Nederland was gevestigd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Tevens werd geoordeeld dat de betalingsovereenkomst geen zelfstandige garantie of borgtocht vormde, maar dat de identiteit van de oorspronkelijke vordering bleef bestaan. Hierdoor bleef het toepasselijke recht van de oorspronkelijke verbintenis van toepassing. De Hoge Raad veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam en het toepasselijk Nederlands recht op de betalingsovereenkomst.