ECLI:NL:HR:2003:AF9569
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt vervolging voor wapenbezit
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf voor onder meer poging tot moord, medeplegen van gijzeling, verkrachting en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden doordat meer dan zestien maanden zijn verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling ervan. Dit leidt tot strafvermindering, waarbij de gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien jaar en zes maanden.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard wegens schending van de termijn in artikel 244 Sv Pro bij de vervolging van het wapenbezit. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het gerechtelijk vooronderzoek op de juiste wijze is afgesloten en dat de verdachte tijdig en adequaat op de hoogte is gesteld, zodat geen sprake is van schending van zijn belangen.
De overige middelen worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot cassatie. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeventien jaar en zes maanden; het beroep tot niet-ontvankelijkverklaring wordt verworpen.